Rouwen is elke dag opnieuw evenwicht te vinden tussen vasthouden en verdergaan.
Het is een lichaam dat moe is van dragen.
Een hoofd dat overvol is.
Een hart dat blijft zoeken naar wat er niet meer is.
Rouwen gebeurt niet alleen op verdrietige dagen.
Het zit ook in:
* de stilte na een drukke dag,
* het niet meer kunnen delen van gewone momenten,
* het gevoel dat niemand echt ziet hoeveel energie het kost om “gewoon” door te gaan.
Soms lijkt het alsof je niets doet.
Maar vanbinnen gebeurt er voortdurend van alles:
herinneren, missen, aanpassen, overleven, betekenis zoeken.
Dat is waarom rouw zo uitputtend kan zijn.
Niet omdat je zwak bent,
maar omdat verlies het hele leven raakt.
En misschien hoeft rouw niet opgelost te worden.
Misschien vraagt het eerst om iets anders:
dat iemand zegt
“het is logisch dat dit zwaar is.”